Kamp Westerbork


Midden jaren dertig moest er in Nederland een Centraal Vluchtelingenkamp komen voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Dit kamp zou worden opgezet op de Veluwe. Koningin Wilhelmina vond dit echter wel heel erg dicht bij Paleis het Loo in Apeldoorn gelegen. Het gevolg was dat besloten werd het kamp op de Drentse heide te bouwen, in het toen nog onherbergzame Westerbork. Het kamp bestond uit 50 woonbarakken en werd begrensd door een 2 meter hoge omheining met 7 bewaakte wachttorens op een areaal van ruim een halve kilometer. Het kamp was meestal erg vol, gemiddeld woonden er zo'n 10.000, op sommige momenten zelfs 16.000 mensen! Op 9 oktober 1939 begon Kamp Westerbork zijn gruwelijke bestaan met de komst van 22 Duitse joden. Bij het uitbreken van de oorlog was dit gegroeid tot 750 mensen en op 2 oktober 1942 waren er al 2.000! Op 1 juli 1942 werd het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork, zoals het tot die tijd had geheten, officieel aan de Duitse bezetter overgedragen. In het vervolg sprak men van het Polizeiliches Durchgangslager Westerbork; een 'doorgangskamp' van hier naar de verschrikkelijke gaskamers in Polen.
Het leven in het kamp leek enigszins op het normale leven, in hoeverre je zo'n kamp normaal kunt noemen. Men kon er onder andere een kleermakerij, een speelgoedfabriekje en een vliegtuigsloperij vinden. Er werden ook ballet-, concert- en cabaretvoorstellingen gegeven. Maar overal hing een sfeer van dreiging en angst. Met het naderen van de dinsdag, de dag van de wekelijkse transport, steeg de angst naar een hoogtepunt. Toch zijn er slechts 210 joden ontsnapt, want het ontbrak hen vrijwel allemaal aan contacten met de buitenwereld.
In totaal zijn er bijna 100.000 joden uit Westerbork gedeporteerd verdeeld over 103 treinen die vertrokken naar Auschwitz, Sobibor, Theresienstadt en Bergen- Belsen. Op 2 september 1944 kwam het bevel om Westerbork te 'evacueren': slechts 300 gevangenen bleven er achter. Op 12 april 1945 werd het kamp bevrijd door de Canadezen. Op dat moment zaten er echter al weer 1000 mensen in het kamp, aangezien een 'aangebrachte jood' nog altijd 7 gulden opbracht!

^terug

 


Herinneringscentrum Kamp Westerbork


Winderige hoogvlakte. Daar ligt het stiltegebied met de rij radiotelescopen en de reconstructie van Kamp Westerbork. De merksteen (vierdorpenpunt) juist aan de rand van het bos heeft oorspronkelijk midden in het open veld gelegen. In 1939 besloot de Nederlandse regering tot de aanleg van een opvangkamp voor de steeds grotere toestroom van Duits-Joodse vluchtelingen. Op een winderige en kale hoogvlakte bouwden de toekomstige bewoners daar hun eigen tehuis, een pionierachtig begin van het latere Doorgangskamp Westerbork, met verbindingen naar alle beruchte concentratiekampen in Oost-Europa. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het als Kamp Schattenberg nog tot 1971 aan Molukkers huisvesting geboden.
In het Herinneringscentrum Kamp Westerbork wordt over het leven van slachtoffers en overlevenden van het kamp verteld. Persoonlijke verhalen in tentoonstellingen en films maken het verhaal van Westerbork ook voor kinderen toegankelijk. Filmbeelden uit 1944, een gedeeltelijk ingerichte barak, een uit de trein geworpen laatste afscheidsgroet, een grote maquette van het kamp, tekeningen van spelende kinderen geven een beeld en een gevoel van dit sprekende verleden.
Tussen 1942 en 1945 zijn door de Duitse bezetter 107.000 joodse Nederlanders en vluchtelingen weggevoerd. Hiervoor gebruikten de nazi's kamp Westerbork. Dit kamp was in 1939 als Centraal Vluchtelingenkamp voor uit Duitsland gevluchte joden in gebruik genomen.
In 1942 werd het een Durchgangslager, een tijdelijke verblijfplaats voor in Nederland levende joden. Ook Sinti en verzetstrijders werden van hieruit naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor gedeporteerd. Het leven in kamp Westerbork werd door hoop en angst bepaald. Bijna iedere week vertrok op dinsdag de trein. Goederenwagons met een vastgesteld aantal slachtoffers. Drie-en-negentig maal vertrok zo'n transport. Slechts 5.000 gedeporteerden overleefden de oorlog.
Op de vroegere appèlplaats staan 102.000 stenen. Een steen voor iedere jood, Sinti of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. Monumenten doen de bezoeker denken aan deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis. De spoorlijn met de omhooggebogen rails symboliseert de verschrikkelijke vernietiging. Een kruis op een verzetsgraf herdenkt de dapperen die hun leven gaven.
Midden op kamp Westerbork staat de Jerusalem Stone, een Israëlisch Holocaust-monument. En langs het voormalige tracé van de spoorlijn staan de Tekens in Westerbork met de namen van de vernietigingskampen.


^terug

 


Kerkepad


Het Kerkepad, dat waarschijnlijk van Amen naar Grolloo heeft gelopen, ligt achter de boerderijen langs de Amerweg. Het is een pad, dat daar langs kronkelt met een prachtige hout- of boswal, begroeid met oeroude eiken, elzen, lijsterbessen, hulstbomen en wilgen met hier en daar een paar berken, sommige gedrapeerd met een heksenbezem. De ondergrond is begroeid met bentgras en dichte braamstruiken en verschillende soorten planten. Het is een langgerekt stukje natuur, dat gelukkig behouden is gebleven.

^terug

 


Natuurterrein "Franckens Bossie"


In het bosgedeelte van de fam. Francken hebben de jongelui uit Grolloo aan de westzijde van de weg naar Vredenheim vroeger gedurende vele jaren een fietsracebaan gehad waar met name in de weken rond de T.T. in Assen druk gebruik van werd gemaakt. Een troubadour uit Grolloo, Henk Lanting, heeft dit verwoord in zijn lied "Franken zien bossie".
Zie ook de geschiedenis van de Berenkuil.

^terug

 


Paasvuur


Een oud gebruik dat in Grolloo nog springlevend is, is het branden van het paasvuur op Paasmaandag. Vele inwoners van Grolloo en ook veel hier aanwezige vakantiegasten kijken ieder jaar opnieuw naar dit boeiende schouwspel. Wordt tegenwoordig veel hout naar de paasbult gebracht door Grolloër bevolking en aldaar hoog opgestapeld d.m.v. een kraan of shovel, vroeger waren de jongens en meisjes uit het dorp vaak wekenlang na schooltijd hard aan het werk om voldoende hout bij elkaar te krijgen. En de laatste zaterdag werd dan dit werk voltooid. De inwoners van het dorp legden dan brandbaar materiaal langs de weg zoals oud meubilair, korven, papier enz. dat vervolgens door de jongelui werd opgehaald. Terwijl ze een grote geleende boerenwagen door het dorp voortduwden zongen ze meestal het volgende liedje:

"Hei'j nog olde maanden,
die wij Paosen braanden,
of 'n bossie stro of riet,
aanders braandt oes Paosvuur niet. "

Nog niet zo lang geleden had Grolloo nog twee paasvuren. De dag dat het goed brandbare materiaal werd opgehaald ontspon zich altijd een hevige 'strijd' tussen de beide groepen jongeren rond de dorpssmid omdat deze veel goed brandbaar materiaal voorhanden had zoals bijvoorbeeld oude banden. Van deze activiteiten op de laatste zaterdag voor Pasen is niet veel meer over maar vermoedelijk zullen de vuren in Drenthe nog lang blijven branden. Ook hier staat de vruchtbaarheid weer centraal. Vooral vroeger waren de mensen veel meer op de natuur aangewezen dan wij tegenwoordig. En wanneer in het voorjaar door de eerste zonnewarmte de grond weer vruchtbaar werd was men zo blij en dankbaar dat men vreugdevuren ging ontsteken. Aldus is het paasvuur een heidens lentefeest; in de strijd tussen licht en donker wint het licht.

^terug

 


Natuurpark Grolloo


Langs het Oostereind ligt sinds vele jaren zandwinplas De Moere. Staatsbosbeheer regio Groningen-Drenthe is voornemens om de zandwinput na afloop van de huidige zandwinning te vullen met teelaarde dat van elders zal worden aangevoerd. Hiermee zal op een geheel andere wijze invulling worden gegeven aan de landschappelijke inpassing van de locatie dan in het Inrichtingsplan uit 1994 (onderdeel ontgrondingsaanvraag) is aangegeven. Het opvullen van de zandwinplas biedt echter mogelijkheden om de ecologische en dagrecreatieve betekenis van het terrein en de aansluiting op de omgeving te vergroten. Hierbij kan worden gedacht aan wandelen en actieve sporten (ATB-route, paardensport). Verblijfsrecreatie wordt niet ontwikkeld.

^terug

 


Landgoed De Moere


Vlak na de eerste wereldoorlog heeft de heer Van der Moer 55 ha hei bij Grolloo gekocht en er een landhuis gebouwd. De heer Van der Moer was kapitein op de koopvaardij en wou in Grolloo genieten van de rust en ruimte. Een appelgaard, een moestuin, alles werd aangelegd. Voor twee van zijn werklieden heeft hij huizen laten bouwen in Grolloo. Zijn dochter Ank van der Moer groeide uit tot een groot toneelspeelster. Zijn kleindochter, Annemarie Oster, is tevens bekend van het toneel. Annemarie is ook schrijver en een fragment uit één van haar boeken vindt u hier geciteerd.
"Laatst ben ik weer eens in Grolloo geweest. Nou, een gehucht is het nog steeds, maar van die heide is weinig over. En van De Moere evenmin. Het is nu een troosteloos pension waar ingenieurs van de NAM bivakkeren. De badkamer is kitchenette en op het strijkkamertje staat een computer. Op het erf wonen in twee aangrenzende caravans twee aangrenzende verpleegsters. Wat naast uw huis begon als een onschuldig zandafgraverijtje, is in de loop der jaren ontaard in een zandvlakte. En die poel is uitgegroeid tot een onnatuurlijk meer. Waar eens pluimstaartjes oplichtten tussen het paars en Hillechien, Annechien? en ik ons lieten kietelen in onze stenen stijlkamer, zie je zand en water zover het oog reikt. Waar eens jeneverbesstruiken de wacht hielden over de hei, lopen nu bloterikken. Uw grootgrondbezit is een recreatieoord voor naturisten. Zolang ze zich komen verpozen in gezinsverband, met gejoel, een bal en zonnige gezichten, alla. Maar wie zo'n beetje afgezonderd naar een denkbeeldige horizon ligt te turen om intussen zijn hand de vrije loop te laten - jongensof meisjesgek, dat maakt niet uit - moet van opa's erf worden geschopt."

^terug

 


Dove Wander


135 aMisschien kunt u het zich niet voorstellen, maar 100 jaar geleden stond hier echt geen bos. U keek toen uit over de grote stille heide, waar schaapherders (schepers) met hun kudden overheen trokken. Er liep een zandweg van Amen richting Westerbork, dwars over de hei. Men zei toen, als men bij voorbeeld op visite ging: "Wij gaan langs Dove Wander naar Westerbork". Maar wie was Dove Wander? Eén van de stenen die hier ligt, is een scheidingssteen van de dorpen Amen, Hooghalen, Zwiggelte en Grolloo. Het verhaal gaat dat bij deze steen de schepers uit de diverse dorpen bijeen kwamen om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Eén van de schepers heette Wander en was doof. Deze dove Wander sprak tot de verbeelding, want ouders zeiden soms boven op de korenmijt tegen hun kinderen "kijk daar heb je Dove Wander ook", die dan zich volgens zeggen als een schim over het heideveld bewoog.
Een andere uitleg: de legende wil dat de markegenoten het niet eens konden worden waar de grens liep. Dus vroegen ze Wander, die doof was en dus geen leugens kon horen, of hij het wist. Maar ze hadden zand uit Zwiggelte in zijn schoenen gedaan. Toen ze hem vroegen op welke grond hij stond, zei hij, dat het die van Zwiggelte was. Toen hebben ze daar een steen geplaatst die nog steeds zijn naam draagt. Zo komt het dat de steen zo dicht bij Hooghalen staat.

^terug

 


Flintenwegen (kasseien of kinderkopjes)


ontginning 504627De historische flintenwegen zijn welgeteld zo'n 26 kilometer met de hand gelegde kleine granieten veldkeien. Ze zijn aangelegd tijdens de bebossingen van zand- en heidegronden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Vanaf begin vorige eeuw gold een indeling in twee typen bosaanleg. Eén categorie had als hoofddoel zandverstuivingen en woestijnvorming de baas te worden. Andere aangelegde bossen dienden in de eerste plaats de houtoogst. In de laatste categorie vinden we deze bijzondere soort ontsluitingsweg, de 'flintenwegen’.
In de boswachterijen die op de 'woeste gronden' van voorheen zijn aangelegd, zijn tevens forse zwerfkeien te vinden waarop het bosvaknummer geschilderd is. Deze hoekstenen dienden vooral in de beginjaren ter oriëntatie in het nog open veld. Driekwarteeuw later dienen ze de recreatie in de inmiddels hoog opgeschoten bossen.

^terug

 

Grolloërdiep


Het Grolloërdiep ligt in de nabijheid van het dorp nog op zijn oorspronkelijke plaats. De meanders zijn grotendeels intact gebleven net als de bosjes en de boswallen. Ten tijde van de ruilverkaveling is het diepje uitgegraven en van stuwen voorzien. Bij het dorp Amen is een groot deel van het oude diep bewaard gebleven. Hierlangs is een wandelroute uitgezet. Dankzij de brede schouwpaden langs het Grolloërdiep kan men vanuit Grolloo langs het diep naar Amen en verder wandelen.

^terug

 


IJzeroer


Omstreeks 800 jaar voor Christus begint voor ons land de IJzertijd. Vanaf die tijd beheersten de bewoners van deze streken de moeilijke techniek van het vervaardigen van bewerkbaar ijzer ofwel smeedijzer. De smid wordt dan een belangrijk man in de gemeenschap. Evenals zijn voorganger en collega de 'bronssmid' zal hij in hoog aanzien hebben gestaan wegens zijn kennis: hij bewaarde 'het geheim van de smid'.
De oevers van het Grolloërdiep kleuren hier en daar letterlijk roestbruin. IJzeroer was op eenvoudige wijze in dagbouw te winnen in de beekdalen en venen. Eveneens was voldoende bos voorhanden om de brandstof houtskool te kunnen maken. Voor het bereidingsproces waren enorme hoeveelheden hout nodig en er mag van uit gegaan worden dat de aanmaak van houtskool een aanslag op het bosareaal in de streek heeft betekend. In de omgeving van Grolloo zijn de bewijzen gevonden dat op enige schaal aan ijzerbereiding is gedaan. Vindplaats van de afvalproducten van ijzerproductie, de zogenaamde ijzerslakken, is de omgeving van de Utering, daar waar het Grolloërdiep ontspringt. IJzerslakken zijn nauwelijks te dateren maar omgevingsvondsten wijzen op een productie door de eeuwen heen van ongeveer twee à drie eeuwen voor Christus tot diep in de Middeleeuwen. IJzeroer werd nog tot ver in de twintigste eeuw gedolven.

^terug

 


Grollerholt of Grolloërholt


Het Grollerholt is vele eeuwen het toneel geweest van belangrijke vergaderingen. Vergaderingen van de Landdag, Eigenerfden en Ridderschap, ook wel Staten van het Landschap Drenthe genoemd vonden meestal in het Grollerholt plaats. Er is een grote opsomming te geven van staatkundig belangrijke vergaderingen. De laatste (staatskundige) vergadering werd gehouden op 29 april 1696. Op deze vergadering wordt de belangrijke beslissing genomen dat het Stadhouderschap van Drenthe erfelijk zal zijn voor de nakomelingen van Prins Willem III.

^terug

 


Oude houtwallen


De Noorderes wordt aan de westzijde begrensd door het bosrijke gebied van de Berenkuil. Honderd jaar geleden lagen hier nog uitgestrekte heidevelden met een paar zandverstuivingen. Eén ervan lag vlak tegen de es aan. Om verstuiving van het zand over de es tegen te gaan werden hier een paar houtsingels en een bosje aangelegd. Houtsingels en bosje zijn tot nu toe bewaard gebleven. Ten noorden hiervan lagen twee vennetjes met een bosje er tussen in. De vennetjes zijn nu ook omgeven door boompjes. De oude westgrens van de Noorderes is in zijn geheel bewaard gebleven; bosjes, houtsingels en vennetjes vormen hier tezamen een bijzonder fraaie en afwisselende rand.

^terug

 


Bossingels


De in de route aangegeven bossingels markeren de oostzijde van de es van Grolloo. De es, akkerbouwgronden rond het dorp, ging op deze plaats in oostelijke richting over in heideveld. De bossingels fungeren tevens als een noord-zuid passage voor het wild. Een snelweg voor dieren...

^terug

 


Radiotelescopen


Naast het voormalig kamp Westerbork bevindt zich de radiosterrenwacht van Hooghalen. Met 20 schotels wordt hier de ruimte afgespeurd. De radiosterrenwacht van Hooghalen is de grootste van Europa.
^terug

 


Melkwegpad


Het melkwegpad is een zeer interessante ontdekkingsreis door ons zonnestelsel, waarbij op een duidelijke manier het zonnestelsel in beeld wordt gebracht en alle planeten helder worden omschreven. Op dit pad kunnen we ervaren hoe radiotelescopen werken, hoe zwaar 10 kilo op Saturnus weegt en hoe het komt dat we overdag de sterren niet zien.

^terug

 


Vorstheuvels - van pingo naar ven


Even buiten Grolloo ligt een rond meertje langs de route in het begin van het staatsbos richting Elp. Ook het Uteringsveen is ontstaan uit een vorstheuvel, een zogenaamde ‘pingo’. Wie de topografische kaart van dit deel van Drenthe bestudeert, ziet overal ronde objecten. Klaarblijkelijk vennetjes, die soms in de loop der tijd zijn verland. Net als de grote en kleine zwerfkeien horen deze aardkundige objecten tot de overblijfselen uit de IJstijd: het zijn de restanten van zogenaamde vorstheuvels. In gave staat komen zij voor in de huidige poolgebieden, bijvoorbeeld Noord-Siberië. De doorsnede van een vorstheuvel lijkt op een gevulde koek, met in plaats van amandelspijs (water)ijs. De ijslens groeit door aanvoer van water in de bodem verder aan tot het moment aanbreekt dat de vorstheuvel openbarst, toenemende zonnewarmte de ijslens doet smelten en het water een deel van de “koek “ afvoert. Alleen een opstaand randje, gevuld met water, blijft over. Als drinkpoelen voorzagen zij later de schaapskudden van voldoende water in het veld.

^terug

 


Het Heilig Bos (Heilig Wold) (volksmond: Hellingbos)


(Ontleend aan: Mr. W.L. Schiffer, Het Heilige Woud, NDV 1884)
'Nomen est omen. Men zal aan een plaats niet de naam van Ekehaar - Eikenhaar - Eikenhorst geven, wanneer daar geen grote eikenbossen worden aangetroffen.Weder oostelijk hieraan grenst Amen, welke plaats nòg van alle zijden in het hout ligt. Toch weten daar nog wonende personen de plaats aan te wijzen, waar zij hebben gezien, dat een uitgestrekt bos, bestaande bijna uit uitsluitend zware eiken, werd geveld, terwijl in de plaats daarvan grasland is getreden. Oostelijk van Amen ligt Grolloo. Over het aanwezig zijn van bos aldaar kan natuurlijk geen twijfel bestaan. Dus, en dit is het resultaat van mijn beschouwing, Halen, Geelbroek, Ekehaar, Amen en Grolloo - alles tezamen, was één woud, en het centrum daarvan () was juist daar waar de landstreek de naam draagt van heilig wold.’
Schrijver had zich door een paar bejaarde landbouwers van Grolloo een 'thans nagenoeg boomloze plaats' laten aanwijzen, in de nabijheid van het Amerdiep, die 'van older tot older, steeds de naam had gedragen van het heilige wold; - waarom wist men niet te zeggen.'

Een ander bericht zegt:

Een oude overlevering verhaalt van "t Hillige Wold' bij het Amerdiepje in de marke van Grolloo. Mr. W.L. Schiffer vertelt in 1884 in zijn artikel 'Het heilige woud': 'alleen wist men (inwoners van Grolloo) mij westwaarts,in de nabijheid van het Amerdiep eene thans nagenoeg boomloze plaats aan te wijzen, die zoals men zich uitdrukte: van older tot older steeds den naam had gedragen van het heilige wold; waarom wist men niet te zeggen'. Wieringa vertelt over dit heilige woud dat een oude scheper uit Grollo wist te melden dat ze 'daor wuren geheiligd'.
In de Tweede Wereldoorlog vond men bij het scheuren van dit perceel grote ronde asplekken, die van kennelijke brandstapels afkomstig waren. Werden hier hun lichamen gecremeerd en de as vervolgens in het Amerdiep geworpen?" Op bijgaande foto is een restant van dit heilige woud, waarin duidelijk hulst waarneembaar is, bewaard gebleven voor het nageslacht.
Is dit heilige woud vergelijkbaar met het Hollywood uit Engeland, dus Hollywood in Drenthe?

^terug

 


Grafheuvels


Een grafheuvel is een heuvel uit de oudheid waarin doden een laatste rustplaats kregen. De grafheuvel lijkt een beetje op een hunebed, een aarden heuvel, maar zonder grote stenen die in de heuvel een ruimte vormen. In grafheuvels zijn er menselijke resten zijn gevonden. Het begraven van mensen gebeurde soms meerdere malen in dezelfde grafheuvel. Ook zijn er grafheuvels die in verschillende tijden zijn gebruikt en aangepast.
Grafheuvels zijn in vijf perioden opgeworpen, waarin op verschillende manieren de doden bijgezet werden en een grafheuvel gebouwd werd. De vijf verschillende perioden zijn de Late-Steentijd, Vroege-Bronstijd, Midden-Bronstijd, Late-Bronstijd en de IJzertijd.
De manier van bouwen verschilde in de perioden. In de Late-Steentijd, Vroege-Bronstijd en IJzertijd werden er heuvels opgeworpen met vaak één of meer kransen van palen door de voet van de heuvel. De grafheuvels uit de Midden- en Late-Bronstijd zijn anders opgebouwd en worden ringwalgrafheuvels genoemd. Dit type grafheuvel kenmerkt zich met een heuvel in het midden, hieromheen een greppel en hieromheen een wal van aarde. In grafheuvels die in de Vroege-Bronstijd zijn opgeworpen bevinden zich soms/vaak ook keien.
De manier van teraardebestelling verschilde ook per periode. Hieronder staan de perioden vermeld met erachter de manier van begraven/cremeren:
Late Steentijd: begraven in kuil, hierover heen de heuvel
Vroege Bronstijd: crematie, urnen met erin asresten in heuvel
Midden Bronstijd: dode in uitgeholde boom in heuvel (= boomkist)
Late Bronstijd: crematie, urnen met erin asresten in heuvel
IJzertijd: persoon werd verbrand, heuvel over deze plek gelegd

^terug